Rondleiding
 
 

 

RONDLEIDING IN DE KERK

Samengesteld op basis van het door drs W.J.E. Berns in 1981 gemaakte boekje, aangevuld met gegevens uit het in 1995 door hem geschreven jubileumboek "100 jaar kerk en parochie St.Jozef", en uit het onderzoek voor het bestek maken en de daarbij verkregen nieuwe bronnen/inzichten.

 

Plattegrond Jozefkerk. 1 openstaande grote kerkdeuren 2 openstaande grote kerkdeuren 3 openstaande grote kerkdeuren 4 Het reliëf van de H.Theresia 5 Gedenksteen bouw Jozefkerk 7 Beeld van de H.Antonius van Padua 6 Beeld van de H.Christoffel 24 Doopkapel 8 Beeld van de H.Gerardus Majella 10 Biechtstoelen 23 Mariakapel 11 Biechtstoelen 22 Biechtstoel (zie bij 10 en 11) 21 Oude preekstoel 13 Het nieuwe hoofdaltaar en Triomfkruis 14 De plek van de Communiebanken 15 De plek van de Communiebanken 20 Maria-altaar 12 St.Josephaltaar 19 Tegelvloer in priesterkoor 16 wandschilderingen van de profeten 17 Wandschildering aan overzijde bij de sacristie 18 Het hoofdaltaar en de koorsluiting (absis) 9 Missiekruis
 
  Plattegrond, zonder Mariakapel (1953) en het nieuwe altaar (1965) gericht op de kerkruimte, verwijst middels een nummering naar informatie over wat daar te zien is.
---> Het aanklikken van de nummers op de plattegrond brengt u informatie over dat punt plus foto's.
Deze rondleiding start bij het binnenkomen via de hoofdingang onder de toren aan de Oldenzaalsestraat; het kerkportaal en in de kerkruimte langs de rechterzijde naar voren en via het hoofdaltaar langs de linkerzijde weer naar de ingang.
 

 

1-3 openstaande grote kerkdeuren


Zware opgeklampte deuren met smeedijzeren gehengen in de hoofd- en de beide zij-ingangen

openstaande grote kerkdeuren
 

 

 

4 Het reliëf van de H.Theresia,

met het onderschrift "H.Theresia van 't Kind Jezus bid voor ons" hangt nu in het kerkportaal en wel in dat gedeelte dat tot 1965 tot de kerkruimte behoorde; dit reliëf dateert van ca 1925 en omvatte toen ook een altaartafel. We zien de H.Theresia met uitgespreide armen. In ieder hand houdt zij een roos vast en vallen andere rozen uit haar handen; mannen, vrouwen en kinderen biddend om haar voorspraak.
Het reliëf van de H.Theresia
 

 

Smeedijzeren kroonluchter

In het portaal hangt, wellicht sinds 1916 bij de overgang van gaslicht naar electriciteit, een grote kroonluchter gemaakt door het atelier Kirschbaum te Münster met daarop de latijnse tekst:
MUNDI VOS ESTIS LUX:
SIC LUCEAT LUX VESTRA CORAM HOMINIBUS
in het nederlands is de betekenis:
"Gíj moet zijn het licht voor de wereld:
Zó schijne uw licht voor de mensen."
De serie kroonluchters in de kerk tonen de goede werken en zijn aangebracht in de nederlandse taal.
Zie voor een foto verderop bij die kroonluchters.

Smeedijzeren kroonluchter

Boven de deur naar de orgel/kooropgang zien we het nú typisch `klinkende' opschrift "Alleen toegankelijk voor HH koorzangers".


Sinds het Tweede Vaticaans Concilie van 1962/5 is er veel veranderd in de katholieke kerk en in relatie tot deze tekst ook herkenbaar in het aanzien van de vrouw in de kerk. De millenniumwisseling was voor Paus Johannes Paulus de Iie de reden in een uitvoerig `mea culpa' namens het kerkelijke gezag spijt te betuigen voor de manier waarop in de kerk de vrouw is `vernederd'. Dit o.a. door de rite van de zuivering na de bevalling van een uit liefde geboren kind.
Alleen toegankelijk voor HH koorzangers

 

5 Gedenksteen bouw Jozefkerk,

onder de wijwaterbak, rechts op een muurkolom herinnert aan de opdrachtgevers en ontwerper en is te lezen:

in het latijn:
Anno Domini MDCCCXCIV
Hanc ecclesiam S.Josephi

in het nederlands:
In het jaar des Heren 1894
onder bescherming St.Joseph
aedificare curaverunt lieten deze kerk bouwen:
G.Smithuis, pastor, )
J.Maseland, G.Derksen, ) samen het bestuur
B.Michorius, F.Kreijmborg, ) van de St.Jacobus-
Fabrici ecclesiae ) parochie
Jos Th.J.Cuijpers, Magister Operam

 

6 Beeld van de H.Christoffel.

In het portaal zien we in de nis waar tot 1953 de Piëta stond nu het beeld van de H.Christoffel met het Kind Jezus op zijn schouder, uit het verhaal waarin deze ieder hielp een `waterloop' over te steken. Het werd in 1957 door de parochianen aangeboden aan pastoor Koning die zijn vijfentwintigjarig pastoorsjubileum in deze parochie vierde. Het beeld is gemaakt door kunstenaar Albert Termote.

Gaan we door de tochtdeuren dan staan we in de grote kerkruimte, waar we verder gaan met de rondleiding in de kerk en houden we rechts aan en zien bij

 

 

7 Beeld van de H.Antonius van Padua.

Dit beeld dateert van omstreeks de overgang naar 20ste eeuw. Het is gemaakt door beeldhouwer F.W. Mengelberg uit Utrecht. Gelovigen deden vroeger veelvuldig een schietgebedje tot de H.Antonius om een zoekgeraakt dierbaar bezit weer terug te vinden.

 

 

8 Beeld van de H.Gerardus Majella,

(links) komt ook uit het atelier van F.W. Mengelberg en is in dezelfde tijd geplaatst. Gerardus Majella heeft zijn heiligverklaring te danken aan zijn voorbeeldige wijze waarop hij aandacht had voor de verzorging van zieken en zijn doorzettingsvermogen waardoor hij zelf kwam te overlijden. In het verleden is hij geëerd met het naamgeven aan tal van ziekenhuizen in Europa en zo tot het recente verleden in Hengelo toen het Gerardus Majella Ziekenhuis opging in het SMT-Hengelo. In deze Jozefkerk heeft hij nóg een ereplaats in een beeld in het hoofdaltaar.(zie 18)

Gaat tot Jozef (naar Genesis 41)

Deze muurschildering van Joan Collette is op de plattegrond niet aangegeven. Hier zien we onderkoning Jozef, de jongste zoon van vader Jacob die 12 zonen had. (Dit liedje heeft vrijwel ieder geleerd.)
Jozef - de Hebreëer - zit hier op de troon van Egypte; de titel onderkoning werd hem door de Farao toegekend met de taak zorg te dragen voor het opslaan van voedsel in de 7 jaren van overvloed om zo in de 7 magere jaren het volk niet door hongersnood geteisterd te zien worden. Dit naar het bijbelverhaal in Genesis 41.
De Farao kwam tot dit beleid door een droom waarin de eerst 7 vette koeien uit de Nijl kwamen en daarna 7 magere koeien. Niemand kon hem uitleg geven over de betekenis van die droom totdat een dienaar zich herinnerde dat hij in de gevangenis Jozef had leren kennen die aan hem een droom had uitgelegd die helemaal in vervulling was gegaan. Jozef, ontboden door de Farao, legde hem uit dat die droom een waarschuwing van God aan Farao is om zo hem en zijn volk te sparen.
In Genesis 37 t/m 50 kunt u lezen hoe de God van Abraham, Isaac en Jacob zijn belofte waar maakte om een talrijk volk van hen te maken ondanks hongersnood. Na vele jaren werd dit steeds groter geworden volk voor de nieuwe koning/Farao een bedreiging en werden maatregelen van onderdrukking en zwaar werk getroffen. Daar op volgt in het Oude Testament de uittocht onder leiding van Mozes. Exodus 1 e.v.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

9 Missiekruis,

het `missiekruis' dat we hier zien kwam op 19 februari 1901 tijdens de eerste missieweek. Het herinnert aan de Missies die in vroegere jaren in de regel eens in de vijf jaar als een soort parochie-bezinning (retraite) werd gehouden. Deze bestonden in extra godsdienstoefeningen en `donderpreken' om mensen op het goede pad te houden. Dit kruis komt uit Kevelaer en is gemaakt door V.I.Wijenberg.

 

10 en 11 Biechtstoelen.

In aansluiting op de hiervoor genoemde Missie-praktijk was de biechtpraktijk een vorm van het via de priester ontvangen van vergeving door God van zonden waarna de zondaar na een penitentie bevrijd kon beginnen aan 'n nieuwe kans. De priester vervuld daarin bij uitstek de rol van middelaar en herder. De donkere bruine deuren en omlijsting pasten perfect in de zijwanden die, nu grijs gesaust, toen als een hoge bruine lambrizering de muren onder de ramen van de zijbeuken `bekleedde'. Bij het hoofdaltaar is deze `lambrizering' nog aanwezig.

 

12 St.Josephaltaar.

Hier moeten we even stilstaan bij de grote veranderingen die zijn doorgevoerd al tijdens en na het Tweede Vaticaans Concilie. Dit is gehouden van 11 oktober 1962 tot 8 december 1965 te Rome.

Ook deze kerk is toen aangepast om daarmee te voldoen aan de vernieuwde opvattingen omtrent vieren van liturgie waarin de samenkomst van gelovigen de sacramentele betekenis kreeg van Zijn volk de H. Eucharistie vierend rondom de tafel van het Laatste Avondmaal van Jezus. De priester stond tot 1965 met de rug naar de gelovigen, door het nieuwe liturgischcentrum staat hij met zijn gezicht gericht naar de gelovigen.


Terug naar het St.Josephaltaar, dit is omstreeks 1898 gemaakt door F.W.Mengelberg te Utrecht. We zien in het midden het beeld van St.Joseph als timmerman met de winkelhaak en de lelie van de vredebrenger en aan weerszijden 2 panelen waarop heiligen staan afgebeeld: St.Eligius, St.Jacobus (patroon van de stad Enschede), St.Henricus (naar Mgr. Henricus van de Wetering, toen aartsbisschop van Utrecht) en als vierde St.Severus, de patroon van de wevers. Met deze, St.Severus als ook St.Joseph is de band tussen de kerk en arbeidende klasse uitgebeeld. Veel vakbondsafdelingen droegen ook zijn naam als inspirerende heilige.

De vier panelen onder het beeld van St.Joseph tonen ons belangrijke momenten uit het leven van Joseph met Maria en Jezus.
Van links staat op het 1ste paneel: Jozef biedt Maria de trouwring; het 2e toont: Jozef die zich wilde afkeren van de zwangere Maria werd in een droom de betekenis van Maria en Jezus duidelijk;
het 3e paneel toont: aankomst in Judea voor de volkstelling alwaar voor Jozef en de hoog zwangere Maria geen plek in de herberg is;
het 4e paneel toont de `echte' Jozef - de timmerman -zoals hij de boterham verdiende voor zijn gezin. In de werkplaats zijn ook het kind Jezus met een voorteken van het kruis in de hand en Maria met bijbelboek.
Helaas moest door de opstelling van de kerkbanken rondom het nieuwe hoofdaltaar de altaartafel van het St.Josephaltaar verdwijnen.

 

 

St.Josephaltaar

 

13 Het nieuwe hoofdaltaar en Triomfkruis,

hier zien we de nieuwe inrichting met de altaartafel. In 1965 is hier een natuurstenen altaar geplaatst. Maar bij de overdracht aan de Stichting Behoud Jozefkerk weggebroken op verzoek van de Vrienden van de Jozefkerk en vervangen door een verplaatsbaar houten altaartombe. Zo is alternatief gebruik voor concerten door kamer- en oratoriakoren mogelijk gemaakt, en kunnen o.a. delen uit de rockmusical Jesus Christ Superstar uitgevoerd worden.

Boven ons in de richting van het oude priesterkoor hangt hoog in de triomfboog, waar alleen priester en misdienaar mochten doorgaan naar het heilige der heiligen, het Triomfkruis dat zijn naam ontleend aan het geloven in een Leven na de dood van het lichaam, in Jezus de Verrezene bij God ontvangen van een voortleven.

Dit Triomfkruis is vervaardigd in het atelier van F.W Mengelberg te Utrecht en omstreeks 1913 aangebracht. De kruisboom, de stam is nog herkenbaar en is ongeveer vier meter hoog. Naast de gekruisigde Jezus de Christus staan de menshoge beelden van Maria en apostel Johannes en zijn gepolychromeerd (veelkleurig).

Aan de voorzijde van dit kruis, gezien vanuit de kerk zien we aan de uiteinden in 4 medaillons uitgebeeld het Lam Gods, de Phoenix uit het vuur komen, rechts de Pelikaan, zijn jongen zonodig voedend met eigen bloed en onder aan het kruis zien we een man met appel, een jonge Adam. Symbolisch is in dit kruis verbeeld de verlossing van alle mensen; dé Triomf!

Vanaf het hoofdaltaar zien we in de 4 medaillons de mythische afbeelding van de vier evangelisten, zij schreven de vier Evangeliën. Hun namen zijn Mattheus, Lucas, Marcus, en Johannes. De mythische beelden zijn resp. de gevleugelde Matteus, de gevleugelde stier, de gevleugelde leeuw en de adelaar.

 

 

 

Het nieuwe hoofdaltaar

 

 

 

Triomfkruis

 

 

 

 

 

 

14 en 15 De plek van de Communiebanken,

hieraan knielden de gelovigen voor het ontvangen van de H.Communie. Deze zijn door de nieuwe inrichting (1965) verwijderd.

 

 

16 Wandschildering.

Deze en de schilderingen van de profeten e.a. zijn een geschenk van de parochianen bij het vieren van het 30 jaar bestaan van de parochie in 1925. De signering door Joan Collette laat zien dat deze zijn aangebracht in 1926. De vijf bij vijf metende schildering toont het wegzenden van leerlingen die zich twee aan twee naar alle windrichtingen keren om de Blijde Boodschap te verkondigen. Leven zoals Jezus voorleefde en predikte. Zo kon men zijn volgeling en leerling zijn, en na de dood bij God verder leven.

Wandschildering

 

17 Wandschildering aan overzijde bij de sacristie.

Deze toont ons het met een lege boot terug komen van toen nog vissers die later door hem vissers van mensen werden genoemd. Hij beweegt deze vermoeide vissers om verderop de netten opnieuw, maar dan in dieper water uit te gooien. Het bijbelverhaal vertelt daarna van de overvloedige vangst en scheurende netten.

sacristie

 

18 Het hoofdaltaar en de koorsluiting (absis).

In 1908, bij de viering van het twaalfeneenhalfjarig bestaan van de parochie en het pastoorsjubileum van pastoor G.A.L. Peters, was dit het jubileumcadeau.
Het altaar kostte 6.000 gulden en is vervaardigd door F.W.Mengelberg te Utrecht. We zien een op koper geschilderde voorstelling van Jezus met zijn 12 leerlingen aan het Laatste Avondmaal en onder het witte liturgische kleed een zwart marmeren altaartafel.

Daarboven het tabernakel, een stevige kluis, met 2 deuren waarop de engel Gabriël Maria ontmoet en haar `Boodschapt' over haar rol als a.s. Moeder van Godszoon. Aan weerszijden daarvan drie icoonachtige afbeeldingen voorstellend personen uit het Oude Testament te weten Adam, Abel, Abraham, Melchisedech, Isaac en Aäron.

Daarboven twee beeldengroepjes met rechts het ogenblik waarop Jezus Petrus tot eerste paus benoemd met de woorden: "Weidt mijne lammeren, weidt mijne schapen" let ook op het schaapje tussen hen in, én links het moment van Jezus bij de waterput. Water oh zo belangrijk voor het leven, maar deze Samaritaanse vrouw, voor de joden toen een heidense die zij ontliepen maar Jezus verlegde die grens en zegt tot de vrouw "O, kent gij Gods gave? Dit water geeft weer dorst, maar met het Levendwater dat Ik u geef zult gij in eeuwigheid niet meer dorstig zijn.

De twee hoofdgroepen worden geflankeerd door in het midden Jozef en Maria en links en rechts Gerardus Majella en Bernardus(Huntfeld) toen parochiaan en mede-schenker van dit altaar. Geheel bovenaan zien we in een soort stralenkrans de Christus, voorgesteld als de zaligmaker, de "Salvator Mundi". De redder van de wereld.

Het geheel is uitgevoerd in pierre de Caen, een soort zachte zandsteen. Een waar kunststuk, dat het vakmanschap van Friedrich Wilhelm Mengelberg laat zien. Terzijde opgemerkt, deze Mengelberg heeft ook het hoofdaltaar en de grote bronzen deuren voor de Dom van Keulen gemaakt!.

De absis is enkele jaren na de inwijding door kunstenaar Ger.Terörde gedecoreerd met een trompe l'oeil-draperie bestaande uit een rood fond met daarop sjabloonmotieven in geel en groen. Boven de draperie - geschilderd `wandtapijt' - is een kleurige band met een tekst in gotische letters aangebracht:
"ab ortu solis usque ad oddasum magnum est nomen meum in gentibus et domin(....)rificatur et offertur nomini meo oblatio munda magnum est nomen deum in gentibus Maleachi I, 11.
Deze Latijnse tekst in gewoon Nederlands:
"Van de opkomst van de zon tot aan haar ondergang, is mijn naam groot onder de volken; overal wordt aan mijn naam een wierookoffer gebracht en een reine offergave. Ja groot is mijn naam onder de volken."

Ger. Terörde is waarschijnlijk ook de kunstenaar die het driehoekmuurvlak boven de deur vanuit de sacristie naar de kerk heeft beschilderd. Het is de voorstelling van Christus getooid in een rode mantel met in zijn linkerhand een wereldbol afgebeeld op een blauw fond met gouden sterren, met daaronder de tekst:
"Ego sum ostium: per me si quis introiccit salva- bitur" Joh.10.9: "Ik ben de deur, als iemand door mij binnengaat, zal hij worden gered; hij zal in- en uitgaan en weide vinden".

Aan de andere zijde staat boven deze deur de tekst "Quia magister vester unus est, Christus." Marcus XXIII:10. "Gij hebt maar één leraar de Christus".
Aan de overkant boven de deur staat:
"Quia Rex Sum Ego" Joan XVIII-37. Jesus'antwoord op de vraag van Pilatus: "Ja Koning ben ik".

Het hoofdaltaar en het oude priesterkoor hebben door het nieuwe liturgisch centrum een afsluiting verkregen waar vroeger de communiebanken stonden. Daardoor heeft het geheel het karakter gekregen van een meer besloten dagkerk voor vieringen met een kleine groep.

 

de koorsluiting (absis)

de koorsluiting (absis)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

19 Tegelvloer in priesterkoor.

Deze vloer toont ons een overwegend kardinaalrode/crême gekleurde tegelvloer met daar door heen blauwe stroken. In crême op zwarte ondergrond zijn er vierkante en ronde tableaus met een groot krachtig hert met enorm gewei, 4 gevleugelde draken, met de vredeslelie. In crême op rood zien we ook tal van tegels met het krachtige hert, en een leeuw die met z'n poten een slang in z'n greep houdt.

In het midden een brede strook met crême op rode tegels met de mythische figuren van de 4 evangelisten. Identiek aan de medaillons van het Triomfkruis. Deze tegels zijn telkens per 4 aan een gelegd en vormen in de vier binnenhoeken nog een kruis met wit op blauw.
In de brede strook zien we ook een tegeltableau voorstellende St.Joris te paard in gevecht met de draak. In de kleuren wit op zwarte ondergrond.

Deze vloer is in 1901 geschonken door de eerste pastoor G.A.L. Peters (en/of zijn familie gelet op de diverse acties ter verfraaiing waar GP als de afsluitende gift was bijgeschreven?).

Tegelvloer in priesterkoor

 

 

 

 

 

 

 

 

20 Maria-altaar,

dit is als eerste zij-altaar geplaatst in ca 1897. Dit is ook gemaakt in het atelier van F.W. Mengelberg te Utrecht. De vierpanelen tonen ons bijzondere inkijkjes uit het leven van Maria.
Vanaf links op het 1ste paneel: de opdracht van Maria door haar ouders in de tempel;
op het 2e paneel: Maria en engel Gabriël en de tekst "Ave Maria gratia plena" - Wees gegroet Maria vol van genade" - de engel Gabriël brengt Maria de boodschap over haar moederschap van de zoon van God;
in het 3e paneel Maria en Jozef met hun pasgeboren zoon Jezus; en in het 4e paneel:
Maria door Jezus gekroond tot Koningin van de Kerk.

Maria-altaar

 

21 Oude preekstoel,

bij deze pilaar is iets bijzonders aan de hand. Zo als het nu lijkt dan staat het apostelbeeld Jacobus met `schelphoed' niet in het gelid ofwel uit beeld.
Een anecdote verhaalt over de zorg van Jacobus over het los moeten laten van de Jacobuskerk; in deze positie houdt hij met een `scheef' oog zicht op `zijn' parochie met zijn naam.

Oorzaak van de afwijkende positie is echter de preekstoel die daar vroeger tegen de pilaar heeft gestaan. In grote kerken stond de preekstoel meer tussen de gelovigen omdat er toen geen electriciteit, microfoon en luidsprekers waren om het menselijke stemgeluid te versterken.

Het verwijderen van de preekstoel is niet een gevolg van de veranderingen die het nieuwe liturgischcentrum hebben gebracht. De preekstoel was toen al een paar jaar vervangen door een verrijdbaar houten exemplaar. Die staat nog in de berging. Van de mooie oude preekstoel blijken enkele panelen nog in handen van particulieren te zijn. De Vrienden en de Parochie St.Joseph hopen op een weerzien!!!

 

 

22 Biechtstoel (zie bij 10 en 11)

 

 

23 Mariakapel,

de kapel staat niet op de plattegrond, maar is met dit nummer en naam gemarkeerd. De kapel werd in 1953 gebouwd als een schenking van de parochianen aan pastoor J.F.Koning bij gelegenheid van zijn 50 jarig priesterjubileum. In de sacristie hangt zijn portret. De Piëta is in 1923 gemaakt in het atelier van Kirschbaum te Münster en was tot 1953 geplaatst in een nis onder de toren vanwaar dit beeld naar de nieuwe kapel is verhuisd.
Het opsteken van kaarsjes in een tochtig portaal met veel gedrang voor de uitgang deed afbreuk aan een meer persoonlijke ingetogen devotie.
ZIE OOK DROOMBEELD bij ACTUALITEIT

 


 

24 Doopkapel.

In 1931 is de doopkapel aan de zuidzijde van kerk tegen de toren aangebouwd. Je kunt vrijwel geen verschil zien met de oorspronkelijke bouwstijl, alleen het `tentdak' is met koper bedekt.

De doopvont zelf is in 1898 al door G van de Breekel uit Nijmegen gemaakt. Het heeft een achtzijdig basement, achtzijdige stam met neo-gotische `vensterprofilering' afgesloten met bladrand. Achtzijdig uitlopend met bloempjes langs de rand.
Het geheel gemaakt van zwart marmer. Een tegenstrijdigheid, uit donkerte nieuw leven doen ontstaan.

Deze doopvont heeft een zeer sierlijk metalen Torendeksel met acht contraforten, luchtbogen, getraceerd benedengedeelte met hoge versierde steekkappen. De achtzijdige lantaarn met tracering, hogelkam, en achtzijdige helm bekroond door knorrennodus en kruis.
Het geheel is een parallel met de achtkantige lantaarn met de galmgaten in de grote toren en de karakteristiek van het schip met de zijbeuken en daar boven de luchtbogen en steunberen. Een torenspits is ook oproep tot kerkgang, een eerste keer via de doop op te nemen in het spoor van Jezus.
Het hekwerk dat hier staat komt van de paters Jezuïten uit Nijmegen.

Doopkapel