Geschiedenis
 
 

 

RIJKSMONUMENT

Het beleidsinitiatief van mevr. Hedy d'Ancona, minister van OCW: Selecteer monumenten uit de periode 1850-1940 resulteerde voor de Jozefkerk tot de status van Rijksmonument.
In de brief dd. 25-5-1998 Besluit aanwijzing tot beschermd monument nummer: 510630 zijn de betekenis en waardering beschreven, die hierna is opgenomen. Plus enige informatie o.a. ontleend aan het onderzoek mbt de muurschilderingen door het SRAL (Stichting Restauratie Atelier Limburg).

Betekenis van de Jozefkerk (o.a. uit de brief OCW):
Het is een driebeukige basiliek van zeven traveeën met een grote toren tegen de voorgevel (Oost) en een zevenzijdige koorsluiting (W) aan de achterzijde. In het verlengde van de lage zijbeuken aan weerszijden van het priesterkoor, de sacristie en de voormalige stookruimte. Het zadeldak boven het schip, de lessenaardaken boven de zijbeuken en de spitsen van de grote toren met de 4 hoektorentjes en de Angelustoren zijn gedekt met leien in Maasdekking. Van de driezijdige traptoren tegen de noordgevel is de spits ook gedekt met leien. Links van de grote toren staat onder een vijfzijdig koperen tentdak de doopkapel.

De gevels zijn opgetrokken in bruine baksteen en geleed met steunberen. In alle gevels zijn de glas-in-loodvensters onder spitsbogen samengesteld uit twee lancetvensters en een roosvenster in de kop, als of het een brandende kaars is. In de voor- en zijgevels zware opgeklampte deuren met smeedijzeren gehengen. Boven de zij-ingangen onder de toren vensters met glas-in-lood en gemetselde tracering onder spitsbogen.

De grote toren met hoeklisenen is ter hoogte van de nok van het dak van het schip ingesnoerd. Boven de insnoering zien we vier zeskantige hoektorentjes met spitsen en spitboogvormige galmgaten. De daar tussen staande achtkantige lantaarn heeft galmgaten onder spitsbogen en op de achtzijdige steile spits aan vierzijden wijzerplaten onder zadeldakjes.

De kruisribgewelven van het schip en de zijbeuken zijn uitgevoerd in schoon metselwerk. Op de zwikken van de geprofileerde spitse scheibogen boven de met schijnvoegen gepleisterde twaalf pilaren van Bentheimerzandsteen wandschilderingen van Adam en 27 profeten/patriarchen/aartsvaders. Het schijntriforium met spitsbogen is gevuld met een doorlopende schildering van een oosters landschap. Het schip heeft een lichtbeuk die hoog boven de zijbeuken uitsteekt met aan weerszijden van de vensters muurschilderingen van naar het venster gerichte engelen met zacht gele sterren op een blauw fond.

De wanden van de zijbeuken zijn tussen de in schoonmetselwerk uitgevoerde lisenen wit gepleisterd. Onder deze verflaag zitten ook muurschilderingen waarvan de `ondertitel' boven de deuren van de biechtstoelen bewaard zijn. De sterk aangetaste muurschildering op de achterwand rond het hoofdaltaar dateert uit de bouwtijd.

De Jozefkerk, begin bouw in mei 1893 tot de ingebruikneming op 25 september 1894 is heel sober. Verfraaiingen dateren van latere data o.a. bij gedenkwaardige jubilea.
Een tegelvloer met geometrische patronen, een afbeelding van St.Joris en de draak en tegels met mythische dierfiguren in het priesterkoor (1901). Het Maria-altaar (1897), het Joseph-altaar (1898), het hoofdaltaar (1908), het grote triomfkruis (1913), twee apostelbeelden bij het nieuwe altaar (1965) voorstellende Petrus en Paulus en bij de entree voorstellende de H.Gerardus Majella en H.Antonius van Padua zijn gemaakt door het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg. Aan de overige vijf pilaarparen staan de beelden van de andere 10 apostelen, deze zijn gemaakt door Ruller uit Münster.

De muurschilderingen in het schip en de grote op de zijwanden van het priesterkoor (1926) en de ingelijste kruiswegstaties (1935) zijn gemaakt door Joan Collette. Deze was leerling van Jan Toorop maar in genoemde schilderingen is een geheel eigen stijlontwikkeling zichtbaar.

De handgesmede lichtkronen zijn afkomstig uit het atelier Kirschbaum te Münster en dateren van omstreeks 1918; op elke kroon is een van de Goede werken (Matteus hfdst. 25 vers 35-38) aangebracht. De Piëta (ca 1925), vervaardigd uit pierre de Caen is afkomstig uit het atelier voor kerkelijke kunst A.Ruller, eveneens te Münster.

Waardering door Commissie selectie monumenten
Neo-gotische basiliek van cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege:

  • de relatie met de opkomst van de arbeidersbeweging dankzij de inspirerende kapelaan Alphons Ariëns in de sterk groeiende textielstad Enschede* de neo-gotische bouwstijl die kenmerkend is voor de negentiende eeuwse bouwexplosie van katholieke gebouwen na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in het jaar 1853* de betekenis van de kerk als het eerste werk geleid door J.Stuyt in samenwerking met en naar ontwerp van J.Th.J.Cuypers* de uitwendige gaafheid
  • het interieur dat ondanks de verschillende bouwperioden toch een bijzondere eenheid vormt en enkele waardevolle interieuronderdelen van verschillende kunstenaars en ateliers bevat
  • de beeldbepalende situering met de dominante hoge en karakteristieke toren aan de Oldenzaalsestraat
  • de neo-gotische bouwstijl die kenmerkend is voor de negentiende eeuwse bouwexplosie van katholieke gebouwen na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in het jaar 1853
  • de betekenis van de kerk als het eerste werk geleid door J.Stuyt in samenwerking met en naar ontwerp van J.Th.J.Cuypers
  • de uitwendige gaafheid
  • het interieur dat ondanks de verschillende bouwperioden toch een bijzondere eenheid vormt en enkele waardevolle interieuronderdelen van verschillende kunstenaars en ateliers bevat
  • de beeldbepalende situering met de dominante hoge en karakteristieke toren aan de Oldenzaalsestraat

 

JOZEFKERK 2e RK-KERK in ENSCHEDE

 

ONTSTAAN

In de door de textiel sterk groeiende stadje Enschede kon de Jacobuskerk ondanks het maximale aantal vieringen op de zondagochtend het sterk groeiende katholieke volksdeel niet langer herbergen. Het is in die tijd dat kapelaan Alphons Ariëns ook priester was. Tijdens zijn stage o.a bij Don Bosco in Italië is hij als gelovige en priester geraakt door sociale misstanden. De encycliek van paus Leo XIII, Rerum Novarum - arbeiders hebben recht op een evenredig deel van de opbrengsten - en de desolate toestand van de textielarbeiders in Enschede inspireerden hem tot zijn inzet daarvoor.

De toeloop van gelovigen heeft het kerkbestuur van de Jacobusparochie tot initiatieven aangezet om een tweede RK Kerk te bouwen. Een zeer ingrijpend proces waarbij de begeleiding en goedkeuring van het bisdom veel voortgang en troubles heeft gegeven.

In een reactie op het vanaf 1853 weer verkrijgen van de godsdienstvrijheid ontstond in de katholieke kerk een sterke voorkeur voor de neo-gotische kerkvorm - het teken van uitbundige trots en kracht.

De familie Cuijpers zowel vader dr. Pierre Cuijpers, de bouwer van het Rijksmuseum te Amsterdam en zijn zoon ir. Jos, waren aanhangers van de opvatting: eerlijke bouwkunst waarin alle vormen ontstaan door de constructie en het ideaal eenheid tussen structuur en geometrie van het gebouw en polychromie en iconografie van het interieur. Zoals door Jos samengevat in goed Duits een `Gesamtkunstwerk'. Zij vonden dit vooral in de middeleeuwse gotische kerken en kathedralen. Dat Jos Cuijpers gevraagd werd te komen kennismaken was niet toevallig want Alphons Ariëns en hij kenden elkaar sinds hun gymnasiumopleiding in het Zuid-Limburgse Rolduc.

Jos Cuijpers krijgt de opdracht van het Jacobusbestuur en de uitvoering staat onder leiding van zijn compagnon Stuyt. Jan Stuyt werd later de ontwerper van de Mariakerk te Enschede. Bij de aanbesteding ontstaat nog het probleem dat de bisschop geen goedkeuring wil geven voor het gunnen van de bouw van de toren omdat er niet genoeg geld beschikbaar is. Daarvoor wordt door een aantal `kartrekkers' een actie opgezet waar parochianen door middel van intekenlijsten zich verplichten tot een wekelijks af te halen bijdrage.

De Jozefkerk is binnen 1,5 jaar gebouwd. De eerlijkheid gebied te melden dat de toren in 1894 slechts voor de helft gereed was en pas in het voorjaar 1895 is opgeleverd.

Een zelfs in deze tijd een zeer korte bouwtijd; een immens groot bouwwerk in schoonmetselwerk met een groot aantal speciale profielstenen in muren, ramen, bogen en voor de diverse steunribben. Dat allemaal in die relatief korte periode op tijd op de juiste plaats voor verwerking. Een enorme klus werd een geweldige prestatie.

Dat alles voor een bouwsom van f 128.000,- gulden. Eind 19e eeuw een enorm bedrag, maar door de sterke groei van de arbeiders aanzuigende textielstad is dat mogelijk geworden.

De lonen waren eind 19e eeuw: voor een metselaar 17 ct, voor een timmerman, loodgieter, grondontgraver en stucadoor 16 ct, voor de verver en smid 14,5 ct en voor de opperman en sjouwer 13 ct per uur en dat bruto en in Hollandse centen. Ingevolge het bestek moest aannemer Rodenrijs uit den Haag de zes werkdagen op max. 11 uur stellen, ter voorkoming van ongelukken door vermoeidheid bij de gebruikelijke 12 uur per dag. Tevens diende hij naast tal van zedelijke aandachtspunten ook het loon in voldoende kleingeld op maandagmiddag uit te betalen zodat het geld in de `keuken' kwam om leeftocht te kunnen kopen op de dinsdagochtendmarkt.
Dit voldoende kleingeld moest de arbeiders uit de kroeg houden want bij papiergeld was het te moeilijk om zelf wat `zakgeld' te behouden. Hierin is Ariëns ook herkenbaar vanwege zijn inzet voor de geheelonthoudersclub Sobriëtas.

In die tijd zijn er tal van kerken gebouwd in Enschede, want in die jaren werden arbeiders vanuit bijna heel Nederland naar Enschede gezogen. In Enschede is de Drentse buurt bekend, nu voor een deel gesloopt om binnen het stadsvernieuwingsbeleid eigentijdse woningen te bouwen. Hier in Enschede zijn ook nog talrijke `taal'-cultuurverenigingen actief zoals de Groninger en de Friese. Zelfs uit Brabant en Zeeland kwamen mensen naar Enschede om te gaan werken in de textiel en te kunnen wonen in huizen die men `thuis' niet gewend was.

Foto Jozefkerk van achter de kerk

MATEN die het gebouw inhoud geven:
de toren: het stenen gedeelte is 37 meter,
de spits vanaf de 4 hoektorentjes 35 meter hoog,
het smeedijzerenkruis is 5 meter zodat
de totale hoogte 77 meter is,
de voet van de toren heeft een doorsnee van 11,5 meter en de binnenmaat van het kerkportaal is 7 meter.
lengte van oost tot westgevel is 65,2 meter.
breedte van het schip met zijbeuken is 20 meter
de nokhoogte van het middenschip is 26 meter, en het Angelustorentje geeft nog eens 17,5 meter hoogte.
de hoogte van de kruisgewelven middenschip
is 17 meter en van die in zijbeuken is 8,5 meter

De karakteristiek van het gebouw is klassiek neo-gotisch te noemen. Een robuuste toren met een lang schip. Die ruimte is door zes paar pilaren in 7 vakken ofwel traveën verdeeld. Het middenschip wordt aan beide zijden geflankeerd door een zijbeuk. De gewelven boven het middenschip zijn veel hoger en zo ook de muren die ver boven de zijbeuken zijn doorgetrokken. Deze verhoogde zijwanden bevatten ook vensters en vormen zo een zgn lichtbeuk. Dit is kenmerkend voor de zgn basilicale kerkenbouw. Om het gewicht van die bovenmuren en dat van de stenen gewelven naar de buitenmuren van de zijbeuken te kunnen afleiden zijn de in Noord-Frankrijk bij gotische kathedralen gebruikelijke luchtbogen en steunberen ook bij deze Jozefkerk en de een tiental jaren later gebouwde St.Georgekerk te Almelo toegepast. De noodzaak hiervan is nog te zien door een gering uitwijken van ca 10 cm ter hoogte van het midden van de kerk.

 

ONTWERP - FILOSOFIE
Jos Cuijpers

Als eerste de reeds genoemde in speciale profielen gebakken stenen en natuurlijk de gewone grijs/bruine baksteen. Voor de schalken, kraagstenen en onderdorpels van de vensters is hardsteen verwerkt terwijl de sokkellijsten en de vensterlijsten met gewoon baksteen zijn opgezet. Voor de basementlijsten onder de van Bentheimerzandsteen gemaakte pilaren is zwarte natuursteen gebruikt.

De journalist die in de Enschedese Courant van 27 september 1894 ter gelegenheid van het in gebruik nemen van de kerk het interieur beschrijft gaf met zijn tekst blijk van een preciese interpretatie van de eerder vermelde filosofie van de architect:

Bij het binnentreden der kerk treft ons dadelijk de gelukkige harmonie der lijnen en kleuren, want alhoewel de kerk niet gepolychromeerd is, is toch een kleurenharmonie verkregen, die het gemis van de beschilderingen niet doet betreuren en dit is met het oog op den toestand in Enschede een niet gering te schatten voordeel, daar in de eerste tientallen jaren niet aan polychromie gedacht kan worden.

Het effect is hier verkregen door de constitueerende deelen der kerk als: pilasters, bogen, colonetten. lijsten, venstertraceringen, enz. in profielsteen hun natuurlijke kleur te doen behouden en de vlakken der muren gepleisterd in een lichtgele kleur te sausen. De onderste twee meter van de zijbeukmuren hebben door een bruine kleur, waarin de deuren van de biechtstoelen mooi `oplichten', het karakter van een lambrizering gekregen die samen met de eikenhouten kerkbanken en de genoemde lichtgele muren daarboven een voornaam en waardige aanblik geeft.

De constructie zelve vormt hier de decoratie en naar deze rationeele methode is de geheele kerk ontworpen en opgetrokken".

Enkele technische benamingen zijn:
basement = voetstuk zuil;
kraagsteen = uitstekende draagsteen;
muraal = een boog langs muur;
kapiteel = kopstukje op zuil;
liseen = een weinig uitstekende muurverzwaring;
schalk = een halfzuil;
sluitsteen = waar de steunribben van een gewelf bijeenkomen;

 

 

WEETJES
uit de jonge Jozefkerk & de Parochie

Tijdens het doornemen van de notulenboeken zijn tal van hiernagenoemde 'weetjes' als interessant verzameld. Hieruit blijkt dat in de hiervoor staande informatie zo hier en daar een jaartal niet exact kan zijn.

Bron: Notulenboeken van de parochie, en
L.A. Stroink: Stad en Land van Twente Hengelo 1962.

17-11-1915
Electrisch licht "onder de toren"
13-02-1916 Electrisch licht "in de kerk"
15-09-1917 Electrisch licht "in de pastorie"

18-02-1920

Bestellen van 2 beelden voor
f 1.200,-
12-10-1921 Goedkeuring gevraagd aan bisdom voor kerkmuurschilderingen en bouw doopkapel.
21-11-1924 Pastoor neemt contact op met kerkschilder Van Dongen.

29-05-1925

Instelling
jubileum-cie 30 jaar parochie.
27-09-1925 Muurschilderingen begroot op
f 40.000,-
1925 Goedkeuring bisdom aan eigen geld mag in totaal f.15.000,- worden besteed voor de muurschilderingen en f 4.000,- voor doopkapel.
1925 Goedkeuring gevraagd voor muurschildering en kleinportaal naar de (nu oud)pastorie.
12-10-1926 Bisschop stemt in met de beschildering van de kerk (meer??)kosten f 3.500,-.
18-08-1927 Klacht ingediend bij Collette, muurschilderingen. De keimverf op deurtjes in 't triforium laat los.

15-02-1928

Schenking van J.H. Greve f 3.500,- voor gebrandschilderde ramen in priesterkoor

1929

Verwarming in de kerk:

Machtiging tot aankoop CV in de kerk voor een bedrag van f 10.000,-.
15-08-1929 Leibedekking noordzijde 860 m2 herleggen à f 1,10 per m2.
1930 Goedkeuring bisdom om geschenk van vijf gebrandschilderde ramen in priesterkoor te aanvaarden.
Idem f 3.200,- te besteden voor aanbrengen van nieuw vensterglas en ventilatieramen.

8-06-1931

Goedkeuring gevraagd aan bisdom voor doopkapel. Geraamde kosten
f 7.400,-;
idem voor koperendak óók op de kerk en toren. Dit vanwege de zeer lage koperprijs en de telkens hoge kosten herstel leibedekking.

1931/32

Plaatsing hekwerk kerkplein
f 1.400,- en bouw van verwarmingsgebouw aan de noordzijde van de kerk.

26-11-1936

Toren, schip bedekt met Angene-leien; die van de zijbeuken herlegd na uitsorteren.

22-03-1945

Bombardement rondom de kerk door engelse vliegtuigen die dachten al in münster te zijn. Heel veel schade aan glas en aan de stenen gewelven.

Het is opmerkelijk
dat in de notulenboeken, met uitzondering van dit bombardement, met geen woord wordt gerept over oorlogstoestanden en de daaruit verslechterende bestaansmogelijkheden. Kerkbestuur ging over kerk- en parochiebeheer en het Armenbestuur incl. de pastoor en de kapelaans geheel zelfstandig over noodlijdende parochianen ?
Één van de kapelaans, in het verzet bekend onder de naam Jan Zwart, was actief in het helpen onderduiken en vluchten o.a. door het zorgen voor vervalste identiteitspapieren ofwel in het duits `Ausweisen'.
24-06-1945 De heer Holst, van Glasfabriek Holst, zegt volledige medewerking toe bij glasdichtmaken van de kerk; grootste moeilijkheid vergunning om glas te MOGEN kopen.

8-04-1958

Pastoor Knuif, installatie 4-2-1958, laat voor zijn rekening gebrandschilderde ramen maken om voor de bovenlichten in de huiskamer van de pastorie te hangen. Deze zijn nu ingelijst in het nieuwe Parochiecentrum.
8-04-1958 Bomen kerkplein: Gemeentelijke Plantsoenendienst legt snoeien takken aan de torenzijde stil en verzoekt de bomen te handhaven.
16-04-1958 Plantsoenendienst biedt aan de bomen eenmalig een snoeibeurt te geven.

4-05-1958

Einde bankenpacht
: vanaf nu plaatsengeld middenschip 25 hollandse centen, in de zijbeuken 20 ct en voor een staanplaats 10 ct.
24-03-1961 Nieuwe geluidsinstallatie (Philips)

11/13-6-1961

Herinrichting kerkplein, en weer plan om de bomen te verwijderen. In februari 2003 opnieuw gesnoeid ivm uitvallen zware tak, niet door een storm. Bomen zien er overigens gezond uit; kosten 1.250,- euro hiervoor van de Vrienden van de Jozefkerk een extra bijdrage ontvangen.

19-09-1961

Schildersbedrijf Bekke ontvangt opdracht om de schilderingen op de muren in de zijbeuken over te schilderen. Kleur in overleg te bepalen. Geen enkele discussie en waarom? Joan Collette is in 1958 overleden, muurschilderingen met vochtschade herstellen hoe en door wie?

Bron: Notulenboeken van de parochie, en
L.A. Stroink: Stad en Land van Twente Hengelo 1962.